Weblog: Truck

Weblog: Truck

Ja, dit. In Noorwegen. Ik ging voor de Ford Edge, die me niet tegenviel. Maar toen dit er ook bleek te staan was ik die suv vergeten. Zie hem glanzen in zijn onverharde thuiswereld: de Ranger Wildtrak, zonder C. Dit is de Supercab met een achterbank die je met rugklachten moet mijden, een handgeschakelde zesbak, vierwielaandrijving en een lage gearing. Plus: een 3.2 liter turbodiesel met 200 pk en – hoor dit goed, Volvisten – VIJF cilinders. Bijvangst, maar voor mij de hoofdprijs. Ergens zijn die warme gevoelens een opluchting voor het ego. De pickup is een mannenzaak en op traditionele primitieve mannendingen scoor ik zorgelijk ondergemiddeld. Ik houd van bier noch voetbal, heb niks met sport en rijd als jullie oma’s. De truckzwakte maakt mij met terugwerkende kracht volwaardig lid van de Bavaria-gemeenschap. Al proppen ze hem vol multimediaschermen en actieve veiligheidssystemen, de robuuste terreinwagen-met-laadbak blijft dat prachtige, simpele werktuig voor jongens met hengels, trailers en kettingzagen in een land vol karrensporen. Na een uur rijden wist ik het: hier gloort in al zijn grove lelijkheid de cowboyromantiek die ik in Norg best leuk zou kunnen naspelen op de vele modderpaden waar normale personenwagens van herfst tot lente vastlopen. Met andere woorden: Ik zou zelfs baat kunnen hebben bij de aanschaf. Een Ranger heeft voor plattelanders altijd zin. Bij een truck mopper je niet over de afwerking, niet over de zijdelingse steun van de stoelen, niet over de balans in haarspeldbochten. Hij heeft maar één taak: op de onmogelijkste plekken komen met een bak vol mannendingen. Zo. De rest van dit verhaal is met zuiver testosteron geschreven en ternauwernood in woorden uit te drukken. Maar hoe verrukte mij het totale gebrek aan raffinement van dat nurkse dieselblok, een roffel van de oude stempel die nurks maar koninklijk zijn loden last van 2200 kilo voortsleept. Hoe genoot ik van de fraaie brede treeplank, de hoge zit, de ouderwetse weerstand in de pook bij gangwissels. Groot, dik en dom – mijn zelfportret op wielen. Doe mij zo’n truck in de States – liefst nog een maatje groter, met een stuk of drie cilinders meer – en geef me een roadtrip van 5000 kilometer, plunjezak in de laadbak, bier in de koelbox, vissend en kampvuren stokend. Paradijs.

Ja, dit. In Noorwegen. Ik ging voor de Ford Edge, die me niet tegenviel. Maar toen dit er ook bleek te staan was ik die suv vergeten. Zie hem glanzen in zijn onverharde thuiswereld: de Ranger Wildtrak, zonder C. Dit is de Supercab met een achterbank die je met rugklachten moet mijden, een handgeschakelde zesbak, vierwielaandrijving en een lage gearing. Plus: een 3.2 liter turbodiesel met 200 pk en – hoor dit goed, Volvisten – VIJF cilinders. Bijvangst, maar voor mij de hoofdprijs. Ergens zijn die warme gevoelens een opluchting voor het ego. De pickup is een mannenzaak en op traditionele primitieve mannendingen scoor ik zorgelijk ondergemiddeld. Ik houd van bier noch voetbal, heb …

Lees verder…

Source: autoweek