Weblog: Ik kocht een auto bij Jet Cars

Weblog: Ik kocht een auto bij Jet Cars

Het Rotterdamse Jet Cars bezet ogenschijnlijk de helft van alle online-advertenties in ons land en weet de tongen op verjaardagsfeestjes al jaren los te maken. Ondanks die slechte naam staat het kopen van een auto bij het bedrijf al jaren op het verlanglijstje (‘voor de ervaring’), maar het oorspronkelijke plan was om er een brik van een paar honderd euro te halen. Dat liep iets anders.

Het verhaal begon op de treurige dag in december waarop de knalrode 325i na slechts enkele maanden in ons bezit z’n meerdere moest erkennen in de sneeuwrijke weersomstandigheden. Veel schade liep de auto niet op bij de trage aanvaring, maar een vijftien jaar oude E46 met bijna vier ton op de klok heeft maar weinig nodig om de afgrond te bereiken. De verstandige oplossing: iets anders kopen. Naast de op brandstofgebied nogal veeleisende Lexus fungeert de tweede auto als de ‘voordelige’ kilometervreter waarmee mevrouw Lemkes dagelijks naar haar werk rijdt, dus de gebruikskosten moesten laag zijn. Omdat ook een automaat een pré is, doemde al snel de BMW 1-serie van de eerste generatie op. De diesels die in de E87 van voor de facelift verschenen, ken ik al uit mijn Rover. Het relatief betrouwbare M47-blok kan in de 120d bovendien worden gekoppeld aan een fijne ZF-automaat en vanwege z’n relatief lage gewicht is de motorrijtuigenbelasting van deze auto nog enigszins behapbaar. Helaas bleek dit eisenpakket een wel érg korte shortlist op te leveren. De combinatie van diesel en automaat is vrij zeldzaam in deze auto, die bovendien nog akelig gewild blijkt te zijn. Prijzen blijven dus hoog, ook bij dito kilometerstanden. Vanaf de eerste dag van de zoektocht prijkte één donkerblauw exemplaar steevast bovenaan de zoekresultaten. De combinatie van die exterieurkleur met beige-lederen bekleding lonkte, maar het feit dat de auto bij Jetcars stond, was genoeg om ‘m te negeren. Ook de foto’s, waarop een enigszins smoezelige auto in de regen te zien was, bleken niet bepaald overtuigend. Daarom bekeek ik het enige andere exemplaar dat in aanmerking kwam, maar zonder bevredigend resultaat.

Na verschillende omzwervingen bij andere merken en de conclusie dat er bar weinig verandering zat in het 1-serie-diesel-met-automaat-aanbod, moest er toch maar eens bij Jet Cars worden aangeklopt. Na twee weken stond het overduidelijk smerige ding er nog steeds. Op een regenachtige donderdagavond vroeg ik om de sleutel, nam ik plaats op een klam aanvoelende stoel, kreeg ik een forse lading waarschuwingslampjes en ‘gongetjes’ over me heen, zag ik de auto langzaam opwarmen en reed ik – op een lekke band – een nietszeggend rondje over het gigantische, doch modderige terrein van de Rotterdammers. Voor ieder normaal mens is dat een handvol redenen om gillend weg te rennen, maar het gebrek aan alternatieven dwong me tot nadenken. Ondanks het achterstallige onderhoud leek er geen sprake van grote gebreken. De motor liep mooi rond, alle elektronica deed wat het moest doen en onder de bevuiling leek een behoorlijk schadevrij exemplaar schuil te gaan. Ook betrof het een origineel Nederlandse auto en werd de kilometerstand (bijna 300k) bekroond met het NAP-label. Genoeg goed nieuws, maar ik moest nog over een enorme drempel. Ga ik echt duizenden euro’s achterlaten bij een bedrijf dat door vriend en vijand wordt verguisd? Kennelijk wel: een échte proefrit en een nachtje slapen later stond de auto op m’n naam.

Inmiddels zijn we bijna vier weken en zo’n 4.000 km verder en durf ik te stellen dat de gok goed heeft uitgepakt. De auto doet voorbeeldig wat-ie moet doen, een beurt van 300 euro kreeg alle lampjes weer op groen en zelfs een snel en impulsief retourtje Praag werd zonder morren afgeraffeld. Natuurlijk, er zijn ‘dingetjes’. Zo kan een poetsbeurt van binnen- en buitenkant nog steeds geen kwaad, lijken de gloeispiralen op hun laatste benen te lopen en zien de zomerwielen (waar ik 100 euro voor betaalde, jawel) er niet uit. Irritant, maar van later zorg. Voorlopig ben ik zo blij als een kind, want wat een vreselijk fijn ding is zo’n 1-serie nog altijd. De diesel sleurt er lekker aan, de automaat schakelt soepel en de zitpositie is vrijwel ongeëvenaard. Bovendien oogt de auto wat mij betreft best chique en vormt z’n klassieke kleurcombi een fijn contrast bij het ordinaire rood van mijn Japannertje. Helemaal top, dus!

En Jet Cars? Om eerlijk te zijn is de ervaring me meegevallen. Het bedrijf lijkt blind te kopen waar het voordelig de hand op kan leggen en verkoopt dat weer zonder er iets aan te doen. Wie zich dat realiseert, zelf goed kijkt en dus geen enkele expertise van de verkoper verwacht, kan hier prima een auto kopen. Dat gebrek aan ‘expertise’ heeft voordelen. Zo zijn er geen opdringerige verkopers en krijg je alle tijd om de auto van je gading uitgebreid te bekijken. Niemand leek enige interesse te hebben voor die enigszins verwarde knul die al uren om één van de vijf aangeboden 1-series draalt. Toch niet kopen? Even goeie vrienden! Bij Jet Cars maalt er ogenschijnlijk niemand om, want wat men vandaag niet verkoopt, verkoopt men morgen wel. Slechte onderhandelaars zijn hier ook prima op hun plek, want afdingen is eenvoudigweg niet aan de orde. ‘Take it or leave it’, dus, en dat ‘take it’ is in mijn geval zowaar goed afgelopen. Voorlopig, althans…

Het Rotterdamse Jet Cars bezet ogenschijnlijk de helft van alle online-advertenties in ons land en weet de tongen op verjaardagsfeestjes al jaren los te maken. Ondanks die slechte naam staat het kopen van een auto bij het bedrijf al jaren op het verlanglijstje (‘voor de ervaring’), maar het oorspronkelijke plan was om er een brik van een paar honderd euro te halen. Dat liep iets anders. Het verhaal begon op de treurige dag in december waarop de knalrode 325i na slechts enkele maanden in ons bezit z’n meerdere moest erkennen in de sneeuwrijke …

Lees verder…

Source: autoweek